Na afloop van de residentie legden we met Benjamin Kuitenbouwer (aka Monki) 5 vragen voor. Een gesprek over toekomstdenken, falen zonder je nek te breken en wat kinderen ons kunnen leren over achter dromen blijven staan.
1. Uitkijkers zet in op een wisselwerking tussen acrobaten en publiek. Wat betekent dat concreet?
Monki: “Ik ben al zo’n vijf jaar bezig met het thema optimisme delen en elkaar hoop geven. De ironie wil dat ik bij mijn vorige twee voorstellingen altijd alleen op het podium stond. Deze keer wou ik echt collectief werken. De confrontatie aangaan met de ander. Want mijn werk draait rond de keuzes die we maken om samen te leven en dat leven samen te organiseren.”
“Uitkijkers is geïnspireerd door Futures Literacy of toekomstgeletterdheid. Dat is een beweging die vindt dat we als samenleving niet zo goed zijn in praten over de toekomst. Een kleine groep mensen kan dat goed, wij zijn vooral zijn ontvangers van de toekomstbeelden die zij ons schetsen. Best beperkend, natuurlijk. Want er is niet één toekomst. Er zijn nog oneindig veel mogelijkheden omdat dé toekomst nog niet bestaat. Dat betekent niet dat we belangrijke issues zoals de opwarming van het klimaat of de impact van AI moeten ontkennen. We moeten ons bewust zijn van wat er speelt. Maar we mogen ons niet vastpinnen op één scenario.”

“Daarom draait deze voorstelling om meerstemmigheid. Tijdens elke residentie organiseerden we workshop waarin we mensen uitdaagden om te dromen en te fantaseren over de toekomst. De focus lag op vragen als: ‘Waar kijk je naar uit? Waar krijg je energie van?’ De verhalen die daaruit voortkwamen, verwerken we in de voorstelling. We werken dus niet met eindeloos veel vormen van publieksinteractie, maar we nodigen je wel uit om ook na te denken over de toekomst en uit te spreken wat je wil zien gebeuren.”
“Er is niet één toekomst. Er zijn nog oneindig veel mogelijkheden omdat dé toekomst nog niet bestaat.”
2. Tijdens jullie residentie organiseerden jullie een workshop met kinderen van 8 tot 12 jaar uit onze werking.
Monki: “Het was de eerste keer dat we met kinderen werkten. Dat maakte het anders, zeker qua concentratie. We hebben onszelf de vraag gesteld of het nuttiger zou zijn om enkel met volwassenen te werken. Maar het is net van kinderen dat we kunnen leren om fantasie en verbeelding vanzelfsprekend te maken.”

“Volwassenen censureren sneller. Tijdens de workshop zei één van de kinderen: ‘Ik wil wereldvrede’. Dan denk je al snel: ‘Wat schattig! Maar goed, dat kan natuurlijk niet.’ Hoe erg dat we zo’n belangrijke menselijke wens zo snel afvoeren. Dat moet je gewoon kunnen en mogen zeggen en dat moeten we serieus nemen.”
“Omdat kinderen niet nadenken over wat realistisch is, komen ze vaak met vette dingen af. Er waren natuurlijk bomen gemaakt van snoep. Maar ook het idee dat alle planten en bomen vergroeid zijn zodat je erin kan klimmen. Iemand droomde van een wereld zonder leiders. En een ander zei: ‘Nee, ik ben de leider.’ Het was zo waarachtig. Bovendien waren ze ook allemaal best wereldwijs. Iedereen wist wie Trump was. Wat erg dat kinderen van die leeftijd daar al mee bezig zijn.”
3. Waar hebben jullie verder op gefocust tijdens jullie residentieweken?
Monki: “Vooral op de ontwikkeling van fysiek materiaal. De Uitkijk is een aanhanger die we als podium gebruiken. Met tien Chinese masten en allemaal dwarsverbindingen. Die constructie vraagt om vernieuwend, uitdagend en spannend circusmateriaal. Om dat te kunnen ontwikkelen is een typische blackboxruimte niet altijd geschikt.”
“Tijdens onze residentie bij ECDF konden we in Blikfabriek terecht, waar vlot ruimte kon worden gemaakt. Ook konden we voor het eerst gebruikmaken van valmatten. Wanneer je ideeën fysiek-technisch wil uitdiepen, moet je kunnen falen. Dat doe je liever niet als je weet dat je dan tegen het beton aan knalt. Het maakt dat we tijdens deze residentie materiaal hebben kunnen creëren dat anders niet in de voorstelling zou zitten.”
“Wanneer je ideeën fysiek-technisch wil uitdiepen, moet je kunnen falen. Dat doe je liever niet als je weet dat je dan tegen het beton aan knalt.”
4. Wat was voor jou het hoogtepunt van de voorbije weken?
Monki: “Ik heb er twee. Die enorme aanhanger met al die palen, die staat volledig op zichzelf. Geen ankerpunten, betonblokken of pikketten. We hebben twee jaar nagedacht over hoe we dat moesten bouwen, maar nog nooit de kans gehad om te testen of het werkte zoals voorzien. Tot we in de Blikfabriek arriveerden. Daar hebben ze nog snel een stuk uit een wand gezaagd zodat de Uitkijk naar binnen kon. En toen zagen we het resultaat van twee jaar werk.”
“Een ander hoogtepunt was de eerste runthrough aan het einde van de residentie. Dan plak je al het gecreëerde materiaal achter elkaar en speel je alles zonder na te denken over de volgorde. Met circuswerk ben je vaak tot op de seconde bezig. Vier uur werken om 30 seconden te creëren. Het is dan heerlijk om alles achter elkaar tot leven te zien komen.”
5. De voorstelling gaat in première tijdens MAD Festival. Wat moet er nog gebeuren?
Monki: “Het échte ‘maken’. Er zijn schrijvers aan de slag met het materiaal uit de workshops. Er moet ook nog muziek gecomponeerd worden. We hebben de voorbije periode allemaal ingrediënten verzameld: korte sequenties, fysiek materiaal en inhoudelijke ideeën. Nu moeten we beginnen koken. Begin maart brengen we alles samen en onderzoeken we hoe tekst en beweging elkaar kunnen beïnvloeden. Zo kan alles samensmelten.”
ECDF ondersteunt Monki Business met een creatieresidentie in de Blikfabriek. De voorstelling Uitkijkers gaat in première op MAD Festival, van 16 tot 19 april in Antwerpen.